Hoewel veelal aangenomen wordt dat nationale electorale koorts een rem is op de verdere ontwikkeling van de EU, maakt Sarko van de nationale verkiezingen een opportuniteit om de EU uit de impasse te halen. Door in zijn verkiezingsprogramma een sterk Europees luik op te nemen, maakt hij van zijn eigen presidentscampagne tegelijkertijd een referendum over zijn Europese ideeën. Hij heeft het lef om zijn prestige in te zetten om de EU uit de impasse te halen, terwijl alle anderen Europese leiders enkel naar elkaar kijken of de EU nog steeds aanzien als de best mogelijke exit.
De idee om zijn voorstellen een “mini-verdrag” te noemen (ook al neemt hij 2/3 van de grondwet over) en niet “grondwet” is weer zo’n voorbeeld van hoe hij de massa wmee tracht te krijgen om toch achter een voorstel te staan waar ze aanvankelijk de zin niet van inzagen. Hij koppelt populisme aan visie.
Het duidelijk signaal dat de (geografische) grenzen van de EU haast bereikt zijn en dat Turkije, ook op de lange termijn, hier geen deel van uitmaakt, zal het vertrouwen van de burger in de EU helpen herstellen. Europa moet een daadkrachtige tegenspeler worden voor de VS en China in de wereldpolitiek en geen liefdadigheidsinstelling naar de buurlanden toe. Turkije maakt in mijn ogen geen deel uit van een politiek Europa. Vrijhandelsakkoorden kunnen natuurlijk wel.
Ook op fiscaal vlak vindt hij een manier om de EU te verlossen van de verlammende discussies over de bijdragen van de lidstaten (en de Britse ‘rebate’). Er moet volgens hem een Europese belasting komen, zonder dat de belastingdruk mag verhogen. Hoe harder de EU economie draait, hoe meer inkomsten en dit zonder dat de “belastingdruk” (procentueel) stijgt. De bevolking is mee en de EU is uit de budgettaire impasse.
Maar vooral zijn voorstel om de commissievoorzitter te laten verkiezen door het parlement en deze voorzitter vrij te laten zijn commissie zelf samen te stellen, charmeert mij ten zeerste. Enkel via zulke “Europese regering” zullen de Europeses burgers het gevoel krijgen dat ze werkelijk mee verantwoordelijk zijn voor het bestuur van hun continent. En zo zullen ze merken dat hun stem telt en dat Europese verkiezingen geen schijnvertoning zijn. Sarko wil dit nog versterken door met lijsten op te komen die de landsgrenzen overstijgen.
Ik ben echter ook niet naïef. Europa is in Frankrijk een uiterst gevoelig politiek thema. En vooral links Frankrijk is hopeloos verdeeld over de EU en de Grondwet. Sarko wil natuurlijk niet in de eerste plaats de EU uit de impasse halen, maar vooral zijn grootste concurrente, de socialiste Ségolène Royal, een pad in de korf zetten. Hij is hier dermate goed in geslaagd, dat zij daags na de voorstelling van zijn mini-verdrag, haar eigen persconferentie met haar visie over Europa ter elfder ure uitstelde ...
Niet alles wat Sarko voorstelt, onderschrijf ik ook. Maar hij wijst een weg, gaat geen taboe uit de weg en blijft bij zijn overtuiging. Zo veroordeelt hij het ‘jeunisme’ (het verheerlijken van de jeugd, zonder verdiensten), wijst de jeugd op hun plichten (die voorgaan op hun rechten) en wil hen 6 maand maatschappelijk werk opleggen en dit alles op een jongerencongres met 6.000 aanwezige jongeren uit zijn partij. Resultaat: groot applaus. Hij stelt zonder verpinken dat de 35-uren-week onhoudbaar is op enkele maanden van de verkiezingen. Hij neemt risico, speelt geen verstoppertje (“Ziet u zich al als president van Frankrijk? “Elke morgen bij het scheren denk ik er aan”) en hij probeert te begeesteren. Kortom, een politicus ‘pur sang’, prachtig!